Hoofdstuk 5

Tekst vergroten:

Wat is het recht op privacy?

05.01 kleur

Iedereen heeft recht op privacy.
Dat recht geldt ook voor jou.

Iets wat van jou alleen is, dat is privé.
Privacy gaat dus over iets dat van en voor jou is.
Je hebt het recht om dingen voor jezelf te houden.
Je hebt dus recht op privacy.
Alle mensen hebben recht op privacy.

Een voorbeeld:
Ik was in mijn kamer en de begeleider kwam zomaar mijn kamer binnen.
Hij klopte niet en vroeg ook niet of hij binnen mocht komen.
Ik vind dat niet prettig.

Mogen anderen in jouw woonruimte komen?

05.02 kleur

Jouw kamer of jouw appartement is jouw woonruimte.
Anderen mogen daar niet zomaar binnenkomen.
Je hebt recht op privacy.

Een begeleider of medebewoner moet bellen of kloppen voor hij binnenkomt.
Hij mag alleen naar binnen als jij open doet of als jij zegt dat hij mag binnenkomen.

Als jij er niet bent, mag niemand in jouw woonruimte komen.
Behalve als je van tevoren gezegd hebt dat je dat goed vindt.

Begeleiders hebben vaak een sleutel van jouw woonruimte.
Het kan gebeuren dat de begeleider in jouw woonruimte moet komen, bijvoorbeeld als je ziek bent.
Daarom is het handig dat begeleiders een sleutel hebben.
Dit is vaak een vaste regel in woonvormen.

Het is belangrijk om afspraken te maken over het gebruik van de sleutel.
De begeleider mag de sleutel gebruiken:
  • als jij daarvoor toestemming hebt gegeven.
  • als er een probleem is dat direct moet worden opgelost. Bijvoorbeeld een lekkage.
  • als hij denkt dat er gevaar is.
Bijvoorbeeld als je niet reageert op de bel en de begeleider bang is dat je bewusteloos bent.

Bij ernstig nadeel weegt het nadeel voor jou zwaarder dan je recht op privacy.

Voor jouw veiligheid moet de begeleider je deur open kunnen doen als dat nodig is.
Je mag dus geen extra sloten op je deur zetten zonder overleg.
Want dan kan de begeleider er niet meer in.
Dan kan hij je geen goede zorg geven als dat nodig is.

Mogen anderen aan jouw spullen zitten?

05.03 kleur

Niemand mag zonder jouw toestemming aan je spullen zitten.

Een voorbeeld:
Mijn begeleider heeft mijn kamer opgeruimd toen ik er niet was.
Ik vind het vervelend dat hij aan mijn spullen gezeten heeft.
Ook al was het wel heel lief bedoeld.
Mijn kamer is nu weer netjes en schoon.
Maar ik heb gezegd dat hij dat niet meer moet doen.
Ik zou het wel graag samen met hem doen.
Dat is toch heel anders.

Het kan zijn dat de begeleider het nodig vindt dat je hulp krijgt.
Dan moet hij met je overleggen.
Samen spreek je dan af hoe je geholpen wordt.

Het kan zijn dat het echt gevaarlijk wordt.
Voor jou of voor anderen.
Omdat je kamer zo vol staat dat je zou kunnen vallen.
Of dat het zo vies is dat jij of anderen ziek zouden kunnen worden.
Dan mag de begeleider hulp bieden.
Ook als jij dat niet wilt.
Dan weegt de veiligheid van jou en van anderen zwaarder dan je recht op privacy.

Mogen anderen erbij zijn als jij ondersteuning krijgt?

05.04 kleur

Als cliënt krijg je ondersteuning van je begeleider.
Ondersteuning bij het afhandelen van de post.
Of hulp bij het schoonmaken van de woonruimte.
Of ondersteuning bij het kiezen van een vrijetijdsbesteding.
Of ondersteuning bij het maken van een boodschappenlijstje.
Of begeleiding bij heel persoonlijke zaken.

Bij al die zaken mogen anderen niet meeluisteren.

Ondersteuningsgesprekken worden in een aparte ruimte gevoerd.
Daar heb je recht op.

Ook je ouders mogen niet zomaar bij die gesprekken zijn.
Ook je vertegenwoordiger mag niet zomaar bij die gesprekken zijn.
Dat mag alleen als jij dat goed vindt.
Of als het gesprek voor jou te ingewikkeld is.
Dan kan je vertegenwoordiger je ondersteunen.

Een voorbeeld:
Ik had een gesprek met mijn begeleider.
Hij wilde in de huiskamer met mij praten.
Het was heel druk op de groep.
Hij moest ook op de andere cliënten letten.
Maar ik wilde dat niet.
Ik wilde het gesprek op mijn kamer hebben.
Ik wil niet dat anderen kunnen meeluisteren.
Ik heb recht op mijn privacy.

Mogen anderen bij de bespreking van je ondersteuningsplan zijn?

05.05 kleur

Het ondersteuningsplan is het plan waarin opgeschreven wordt hoe de begeleiding en ondersteuning van een cliënt eruit gaat zien.
Dit plan heet ook wel begeleidingsplan of zorgplan.

Dat plan moet regelmatig bekeken worden.
De begeleider moet er met jou over praten.
En met de andere begeleiders en hulpverleners.
Niet alle begeleiders en hulpverleners mogen daar bij zijn.
Alleen de mensen die betrokken zijn bij jouw ondersteuning.

Je vertegenwoordiger kan ook meepraten over jouw ondersteuningsplan.
Hij mag er alleen bij zijn als jij dat goed vindt.
Of als de bespreking voor jou te ingewikkeld is.
Dan praat je vertegenwoordiger namens jou mee.

Je wettelijk vertegenwoordiger mag bij de bespreking zijn.
Dat is je curator of mentor.
Hij kan dan goed voor je belangen opkomen.

Het kan zijn dat jij niet wilt dat je vertegenwoordiger bij de bespreking is.
Bespreek dit met je begeleider.
Hij kan dan samen met jou zoeken naar een oplossing.

Mogen anderen erbij zijn als de begeleider jou helpt bij je lichamelijke verzorging?

05.06 kleur

Het kan zijn dat je hulp nodig hebt bij de lichamelijke verzorging.
Bijvoorbeeld bij het douchen of bij het aankleden of bij het naar bed gaan.

Die hulp moet dan zo gegeven worden dat anderen niet kunnen meekijken of luisteren.
Alleen de mensen die de hulp geven, mogen daarbij zijn.
Anderen mogen er alleen bij zijn als jij dat goed vindt.
Dat geldt ook voor een leerling of stagiaire.
Een stagiaire wil leren om mensen te verzorgen.
Daarom wil ze graag meekijken hoe je begeleider jou helpt.
Dat mag alleen als jij dat goed vindt.
Ook je ouders mogen er niet zomaar bij zijn als jij zorg krijgt.
Ook je ouders moeten jou dan om toestemming vragen.

Mogen anderen jouw post openen?

05.07 kleur

Niemand mag zonder jouw toestemming je post openmaken.
Ook bij het open maken van post geldt het recht op privacy.

Het kan wel nodig zijn dat jouw begeleider je helpt met je post.
Het is belangrijk dat je afspreekt hoe jij wil dat je begeleider je helpt met je post.

Het kan ook zijn dat er al een afspraak is dat jouw begeleider of je vertegenwoordiger, je post behandelt.
Ook dan is het goed dat je bekijkt of jij vindt dat het zo goed gaat.
Dat het goed gaat met het openmaken en behandelen van je post.

Als er post op de woonvorm binnenkomt voor alle bewoners is die post ook voor jou.
Ook dan moet de begeleider die post aan jou geven.
Ook als de post zo ingewikkeld is dat je het niet begrijpen zal.
Je kunt dan zelf om uitleg vragen of er zelf voor kiezen niets met die post te doen.

Het kan zijn dat een deel van je post rechtstreeks naar je vertegenwoordiger gaat.
Ook dan kun je afspraken maken over wat jij wilt weten over die post.
Dan moet je vertegenwoordiger die post met je bespreken.
Alleen als je je heel ongelukkig of boos zou voelen als je die informatie zou krijgen, mag een begeleider of je vertegenwoordiger soms de post bij je weghouden.
Dan kan het nadeel voor jou zwaarder wegen dan je recht op privacy.

Hierover lees je meer in het hoofdstuk 2: ‘Recht op informatie’.

Wanneer mag er op jouw kamer afluisterapparatuur aanstaan?

05.08 kleur

Het kan zijn dat er op jouw kamer een apparaat is.
Daarmee kunnen begeleiders horen wat er op jouw kamer gebeurt.
Dat apparaat werkt net als een babyfoon.
Dat wordt ook wel uitluisteren genoemd.
En het apparaat noemen we ook wel domotica
Dat kan nodig zijn.
Bijvoorbeeld als je epilepsie hebt.
Of als je soms op je kamer in paniek raakt.
Als begeleiders dat horen, kunnen ze je komen helpen.

Dat apparaat mag niet altijd aanstaan.
Dat mag alleen als het voor jou echt nodig is.
Het mag alleen als je daar eerst toestemming voor hebt gegeven.
Je maakt samen afspraken over wanneer dat apparaat mag aanstaan.
Als de cliënt dat niet kan, geeft de vertegenwoordiger toestemming.
Je begeleider moet het je dan wel vertellen.

Zitten er grenzen aan jouw privacy?

05.09 kleur

Iedereen heeft recht op privacy. Dat staat in de wet.
Dat geldt voor iedere burger en dus ook voor iedere cliënt.
Maar omdat je bij een zorginstelling woont, zitten er grenzen aan het recht op privacy.
Dat is omdat begeleiders de plicht hebben om goede zorg te geven.
Dan kan het zijn dat de goede zorg zwaarder weegt dan je privacy.

Dit zijn de grenzen aan het recht op privacy van de cliënt:
  • Als de gezondheid van de cliënt gevaar loopt.
  • Als het zo onhygiënisch is voor de cliënt dat hij gevaar loopt.
  • Als de veiligheid van de cliënt in gevaar komt.
  • Als anderen gevaar lopen of ernstig benadeeld worden.
Dan wegen die zaken zwaarder dan jouw recht op privacy.

Een voorbeeld:
Ik vind het vervelend als er anderen bij zijn als ik douche.
De begeleider vindt het belangrijk dat hij me helpt.
Als ik geen hulp krijg bij het douchen, krijg ik allerlei wondjes en irritatie tussen mijn tenen.
Omdat dan mijn gezondheid in gevaar komt,
mag de begeleider me helpen met douchen.
Ik kan dan wel afspreken hoe ik graag geholpen wil worden.
En door wie.
Ik heb afspraken gemaakt met mijn begeleider:
Hij klopt voor hij de douche binnen komt.
En hij is er alleen bij als ik mijn voeten was en afdroog.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 5

Privé
Iets dat alleen voor jou is.

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Wettelijk vertegenwoordiger
De wettelijk vertegenwoordiger is door de rechter benoemd.
Hij is degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening aan de cliënt.
Hij neemt zo nodig beslissingen namens de cliënt.
De curator, de mentor en de bewindvoerder zijn wettelijk vertegenwoordigers.

Stagiaire
Iemand die een opleiding doet.
Door te werken kan de stagiaire ervaring op doen.
Dat werk is dan een onderdeel van de opleiding.

Afluisterapparatuur
Een apparaat waarmee je de geluiden kan horen in een andere ruimte.

Uitluisteren
Met een apparaat luisteren naar de geluiden in een andere ruimte.

Domotica
Slimme apparaten die worden gebruikt in de zorg- en dienstverlening aan mensen met een beperking.

Onhygiënisch
Niet schoon, zo vies dat het gevaarlijk kan zijn voor je gezondheid.