Hoofdstuk 4

Tekst vergroten:

Wat is het recht op geheimhouding?

04.01 kleur

Alle cliënten hebben recht op geheimhouding.
Dat wordt ook wel privacy genoemd.
Of informationele privacy.
Begeleiders mogen niets over jou aan anderen vertellen.

Iedere cliënt moet goed ondersteund worden.
Daarom is het belangrijk dat begeleiders veel van de cliënt weten.
Alle mensen die met jou werken, moeten veel van je weten.
Een begeleider mag die dingen niet aan anderen vertellen.
Niet aan andere cliënten en ook niet aan je ouders of je familie.
Hij mag er alleen over praten met de andere begeleiders.
En andere hulpverleners die jou ondersteunen.

De begeleider mag wel aan anderen over jou vertellen als jij toestemming hebt gegeven.

Een voorbeeld:
De begeleider vertelde zomaar aan een medebewoner dat ik medicijnen gebruik.
Ik vind dat vervelend.

De begeleider mag ook geen papieren over jou aan anderen geven.
Of papieren over jou aan anderen opsturen of mailen.
Bijvoorbeeld aan een arts.
Dat mag alleen als jij het goed vindt.

Mag iedereen alles lezen wat er over jou is geschreven?

04.02 kleur

Omdat meerdere begeleiders jou ondersteunen, schrijven zij voor elkaar dingen over jou op.
Die dingen staan in de dagrapportage, in jouw dossier en in je ondersteuningsplan.

Niet iedereen mag lezen wat zij hebben opgeschreven.
Dat mogen alleen de mensen die jou begeleiden.
Zij hebben die informatie nodig.
Niet iedereen die voor jou werkt, heeft alle informatie nodig.
Invalkrachten, uitzendkrachten, leerlingen en stagiaires hebben niet alle informatie nodig om jou te ondersteunen.
Ze mogen dan ook niet alle informatie over jou lezen.
Alleen die informatie die ze nodig hebben om jou goed te ondersteunen.

Een voorbeeld:
De invalkracht moet mij op tijd de juiste medicijnen geven.
Daarom moet hij weten welke medicijnen ik gebruik.
En waarom ik deze medicijnen krijgt.
De stagiaire hoeft niet te weten waarom ik die medicijnen krijg.
Zij hoeft niet te weten dat ik die medicijnen nodig heb, omdat ik anders heel erg somber word.
Zij heeft die informatie niet nodig voor haar werk als stagiaire.
Daarom heeft ze geen recht op die informatie.

Mag je vertegenwoordiger alles van je weten?

04.03 kleur

Familieleden mogen niet zomaar je dossier lezen.
Dat mag alleen als jij dat goed vindt.

Niet iedereen kan goed zelf over alle zaken beslissen.
Je vertegenwoordiger behartigt dan jouw belangen voor die zaken die je niet goed zelf kan beslissen.
Je vertegenwoordiger is vaak een familielid,
je vader of moeder of je broer of zus.
De vertegenwoordiger mag dan namens jou het dossier lezen.
Dan weegt je recht op een goed vertegenwoordiger zwaarder dan je recht op geheimhouding.

Alleen je vertegenwoordiger mag dan je dossier lezen.
Andere familieleden of vrienden mogen dat alleen met jouw toestemming.

Sommige cliënten hebben een wettelijk vertegenwoordiger.
Dat is een vertegenwoordiger die door de rechter is benoemd.
Een curator of een mentor.
De curator of mentor mag het dossier wel lezen.
Hij moet opkomen voor jouw belangen.
Daarvoor heeft hij de informatie nodig.
De cliënt hoeft daarvoor niet eerst toestemming te geven.

Het kan zijn dat je niet wil dat de curator of mentor alles weet.
Je zegt dan dat je niet wil dat de curator of mentor bepaalde informatie krijgt.
De begeleider beslist of de curator of mentor die informatie nodig heeft.
Hij overlegt daarover met anderen.
Als de curator of mentor de informatie niet echt nodig heeft, heeft hij geen recht op die informatie.

Mag je begeleider van het wonen alles van je weten wat er op het activiteitencentrum gebeurt?

04.04 kleur

De begeleider van het wonen moet goed voor jou kunnen zorgen.
Daarom heeft hij veel informatie over jou nodig.
Maar dat betekent niet dat hij alles moet weten.

Informatie van het activiteitencentrum mag niet zomaar doorverteld worden aan de begeleider van het wonen.
Daar moet jij toestemming voor geven.

Soms kan het belangrijk zijn dat begeleiders van het wonen wel weten wat er op het activiteitencentrum gebeurd is.
Ze hebben die informatie nodig om jou goede zorg te geven.
Dan mag die informatie wel doorverteld worden aan de begeleider van wonen.
Ook zonder jouw toestemming.
Anders kan de begeleider van het wonen jou geen goede zorg geven.
Dan weegt goede zorg zwaarder dan je privacy.
De begeleider moet dat wel aan jou vertellen.

Een voorbeeld:
De cliënt is op het activiteitencentrum ziek geworden.
Hij kan dat zelf niet aan zijn begeleiders vertellen.
Daarom is het belangrijk dat de begeleiders van het wonen die informatie krijgen van de begeleiders van het activiteitencentrum.

Mag je begeleider van het activiteitencentrum alles van je weten van het wonen?

04.05 kleur

De begeleider van het activiteitencentrum moet goed voor jou kunnen zorgen.
Daarom heeft hij veel informatie over jou nodig.
Maar dat betekent niet dat hij alles moet weten.

Informatie van het wonen mag niet zomaar doorverteld worden aan de begeleider van het activiteitencentrum.
Daar moet jij toestemming voor geven.

Soms kan het belangrijk zijn dat begeleiders van het activiteitencentrum wel weten wat er thuis gebeurd is.
Ze hebben die informatie nodig om jou goede zorg te geven.
Dan mag die informatie wel doorverteld worden aan de begeleider van het activiteitencentrum.
Anders kan de begeleider van het activiteitencentrum jou geen goede zorg geven.
Dan weegt goede zorg zwaarder dan je privacy.
De begeleider moet dat wel aan jou vertellen.

Een voorbeeld:
Ik ben vanochtend boos naar het activiteitencentrum gegaan.
Als ik boos ben, kan het gebeuren dat ik anderen zomaar ineens een klap geef.
Als de begeleider mij goed opvangt op het activiteitencentrum kan hij zorgen dat ik dat niet doe.
Daarom is het nodig dat de begeleider van het wonen, belt naar het activiteitencentrum om dat te vertellen.
Hij moet dat dan wel eerst aan mij vertellen.

Hoe werkt een communicatie - schrift?

04.06 kleur

Niet iedere cliënt kan thuis zelf vertellen hoe het op het activiteitencentrum gegaan is.
Of op het activiteitencentrum vertellen hoe het op de woonvorm gegaan is.

Daarom hebben sommige cliënten een communicatie - schrift.
Dat wordt ook wel het overdrachtschrift genoemd.
Daarin schrijven de begeleider van het wonen en de begeleider van het activiteitencentrum aan elkaar.
De informatie in het communicatie - schrift maakt dat de begeleiders goed voor jou kunnen zorgen.

In het communicatie - schrift staat alleen wat belangrijk is voor die goede zorg.

Een voorbeeld:
Mijn begeleider had in mijn communicatie - schrift geschreven dat ik vannacht in mijn bed heb geplast.
Ik vind het vervelend dat mijn begeleider op het activiteitencentrum dat nu weet.
Hij heeft die informatie niet nodig om goed voor mij te zorgen.

Het is goed als de begeleider met jou overlegt wat hij in het communicatie - schrift opschrijft.

Jij mag zelf lezen wat er in je communicatie - schrift staat.
Of vragen of de begeleider het aan je voorleest.

Wat is het electronisch cliëntendossier?

04.07 kleur

Alle gegevens van jou staan in je dossier.
Vroeger was je dossier een map met papieren.
Tegenwoordig staan je gegevens in de computer.

Jouw gegevens staan in het electronisch cliëntendossier.
Iedereen die jouw gegevens nodig heeft, kan in jouw dossier kijken.
Dat kan met elke computer.
Dus diegene hoeft niet naar je dossier op kantoor te gaan.
Maar hij kan in iedere computer jouw gegevens opzoeken.
De dokter kan in de spreekkamer naar jouw gegevens kijken.
De begeleider kan dat op het kantoortje.
De gedragsdeskundige kan dat op zijn eigen kantoor.
En de fysiotherapeut kan in de behandelruimte jouw gegevens bekijken.
Dat is handig.
Maar je hebt recht op geheimhouding.
Dat betekent dat niet iedereen zomaar in jouw dossier mag kijken.
Dus die gegevens in de computer moeten beschermd zijn.
Alleen mensen die dat mogen, kunnen dan in jouw dossier kijken.
De begeleiders, de dokter, de gedragsdeskundige, de fysiotherapeut.
Maar ze mogen niet allemaal alle informatie zien.
De fysiotherapeut mag alleen de informatie lezen die nodig is voor zijn behandeling.
De andere gegevens moeten dan afgeschermd zijn.
Voor iedereen geldt dat ze alleen het deel van jouw dossier mogen lezen dat voor hun ondersteuning of behandeling van belang is.
Het computerprogramma moet zo zijn dat ze die andere gegevens ook niet kunnen zien.

Moeten begeleiders alles over jou opschrijven?

04.08 kleur

De begeleiders moeten alles opschijven wat nodig is zodat ze jou goede zorg kunnen geven.
Ze mogen niet teveel opschrijven.
En ze mogen niet te weinig opschrijven.

Begeleiders mogen niet te weinig opschrijven.
Dan kunnen dingen mis gaan en krijg je geen goede zorg.

Een voorbeeld:
Het gaat niet zo goed met mij.
Volgens de dokter ben ik overspannen.
Ik heb de laatste tijd helemaal geen trek in eten.
Ik eet nog maar heel weinig.
Het gaat ook heel slecht met mijn gezondheid.
Daarom is het belangrijk dat er goed wordt opgeschreven hoe het met me gaat.
En wat ik iedere dag eet.

Begeleiders mogen ook niet teveel opschrijven.
Dan houden ze zich niet aan jouw recht op geheimhouding.

Alleen die zaken die belangrijk zijn voor goede zorg moeten worden opgeschreven.

Een voorbeeld:
Vandaag had ik geen trek in eten.
Dat kwam omdat ik op het werk veel gesnoept had.
Maar verder is er niets met me aan de hand.
Het is niet nodig dat dit wordt opgeschreven.
Morgen ga ik weer lekker eten.

Het is goed als de begeleider met jou overlegt wat hij opschrijft.
Samen kun je bekijken welke informatie over jou belangrijk is.
De belangrijke dingen kunnen opgeschreven worden.

Mag je zelf ook lezen wat er over jou is opgeschreven?

04.09 kleur

Begeleiders mogen niet aan anderen vertellen wat er over jou is opgeschreven.
Die geheimhouding geldt niet voor jou.
Begeleiders moeten wel aan jou vertellen wat er over jou is opgeschreven.

Jij hebt recht op die informatie.
Je mag zelf je eigen dossier lezen.
Je mag zelf je eigen ondersteuningsplan lezen.
En je mag lezen wat er over jou in de dagrapportage staat.
Als je lezen lastig vindt, kun je vragen of iemand het je voorleest.

Mag je zelf aan anderen vertellen wat er over jou is opgeschreven?

04.10 kleur

De begeleiders hebben de plicht om geheim te houden wat er over jou is opgeschreven.
Jij mag zelf wel aan anderen vertellen wat er over jou is opgeschreven.
Jij hebt niet de plicht om dat geheim te houden.

Het is wel belangrijk dat je bedenkt wat je wel en niet wilt vertellen.
En aan wie je dat wilt vertellen.
Want niet iedereen kan een geheim bewaren.

Je wilt waarschijnlijk niet dat iedereen alles over jou weet.
Bij sommige punten is dat niet zo erg.
Maar je wilt waarschijnlijk niet dat anderen allerlei persoonlijke zaken van je weten.
Want het kan ook dat ze jou gaan plagen met die informatie.

Zitten er grenzen aan het recht op geheimhouding?

04.11 kleur

Iedereen heeft recht op geheimhouding. Dat staat in de wet.
Dat geldt voor iedere burger en dus ook voor iedere cliënt.

Maar omdat je zorg en ondersteuning krijgt, zitten er grenzen aan het recht op geheimhouding.
Dat is omdat begeleiders de plicht hebben om goede zorg te geven.
Goede zorg aan jou en ook goede zorg aan de andere cliënten.
Dan kan het dat de goede zorg zwaarder weegt dan je recht op geheimhouding.

Begeleiders moeten jou goede zorg kunnen geven,
daarom zitten er grenzen aan jouw recht op geheimhouding.

Begeleiders letten goed op je gezondheid.
En ze zorgen ervoor dat je geen gevaar loopt.
Daarvoor moeten ze veel informatie over jou hebben.
Dan weegt goede zorg zwaarder dan jouw recht op geheimhouding.
Dat moet dan wel eerst met jou besproken worden.

Een voorbeeld:
Ik heb op mijn werk iets heel vervelends meegemaakt.
Ik wil niet dat iedereen dat weet.
Het is wel belangrijk dat begeleiders dat weten.
Dan kunnen ze mij goed ondersteunen.
Zij moeten dat weten om mij goede zorg te geven.

Als je een vertegenwoordiger hebt,
zitten er grenzen aan het recht op geheimhouding.

De vertegenwoordiger moet goed voor jou kunnen opkomen.
Daarvoor moet de vertegenwoordiger informatie hebben.
Over die dingen die voor jou te ingewikkeld zijn.
Dan weegt dat zwaarder dan jouw recht op geheimhouding.
Dat moet dan wel eerst met jou besproken worden.
Een vertegenwoordiger hoeft niet alles te weten als je dat niet wilt.

Een voorbeeld:
Mijn vertegenwoordiger weet dat ik vaak teveel eet.
Hij weet ook dat de dokter gezegd heeft dat dat niet goed voor mij is.
Dat is belangrijk zodat hij goed voor mijn belangen kan opkomen.
Hij overlegt daarover met mij en met mijn begeleider.
Dan kan mijn begeleider mij goed ondersteunen.

Als anderen gevaar lopen of ernstig benadeeld worden,
zitten er grensen aan jouw recht op geheimhouding.

Dan weegt dat zwaarder dan jouw recht op geheimhouding.
Dat moet dan wel eerst met jou besproken worden.

Een voorbeeld:
Ik heb een besmettelijke ziekte.
Ik wil niet dat iedereen dat weet.
Begeleiders moeten dat wel weten.
Dan kunnen ze voorkomen dat ze zelf ook ziek worden.
Of dat de mensen om mij heen ook ziek worden.

Sommige wetten verplichten dat dingen verteld moeten worden.
Bijvoorbeeld als je een besmettelijke ziekte hebt.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 4

Privacy
Iets voor jezelf, privé.
Bijvoorbeeld informatie die alleen voor jou is.
Dat noemen we ook wel informationele privacy of geheimhouding.
Of je eigen ruimte. Een eigen plek waar je alleen kunt zijn.
Dat noemen we ook wel ruimtelijke privacy.

Informationele privacy
Informationele privacy is dat informatie over jou die persoonlijk is en die niet verder verteld wordt.

Dagrapportage
De aantekeningen van de begeleiders voor de overdracht.

Dossier
Alle gegevens van de cliënt rond de zorg- en dienstverlening.

Ondersteuningsplan
Het plan waarin opgeschreven wordt hoe de begeleiding en ondersteuning van een cliënt eruit gaat zien.
Dit plan heet ook wel begeleidingsplan of zorgplan, behandelplan,
handelplan, persoonlijk plan, verpleegplan, werkplan, groeiplan,
OP, dat is de afkorting voor ondersteuningsplan,
POP, dat is de afkorting voor persoonlijk ondersteuningsplan,
COP, dat is de afkorting van cliëntondersteuningsplan,
IP, dat is de afkorting van individueel plan,
IOP, dat is de afkorting van individueel ondersteuningsplan.
Invalkracht
De begeleider die werkt als er te weinig vaste begeleiders zijn. Bijvoorbeeld als de vaste begeleider ziek is of op vakantie.

Uitzendkracht
De begeleider die werkt als er te weinig vaste begeleiders zijn. Bijvoorbeeld als de vaste begeleider ziek is of op vakantie.

Stagiaire
Iemand die een opleiding doet.
Door te werken kan de stagiaire ervaring op doen.
Dat werk is dan een onderdeel van de opleiding.

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Wettelijk vertegenwoordiger
De wettelijk vertegenwoordiger is door de rechter benoemd.
Hij is degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening aan de cliënt.
De wettelijk vertegenwoordiger neemt zo nodig beslissingen namens de cliënt.
De curator, mentor enbewindvoerder zijn werttelijk vertegenwoordigers.

 
Curator
De wettelijk vertegenwoordiger die door de rechter is benoemd.
Hij komt op voor de belangen van de cliënt bij beslissingen rond de zorg en ondersteuning.
De curator gaat ook over het geld van de cliënt.

Mentor
De wettelijk vertegenwoordiger die door de rechter is benoemd.
De mentor komt op voor de belangen van de cliënt bij beslissingen rond de zorg en ondersteuning.

Activiteitencentrum
De plek waar je overdag naar toe gaat voor je werk of activiteiten. Activiteitencentrum heet ook dagbesteding, werkplek of AC.

Gedragsdeskundige
De gedragsdeskundige is de orthopedagoog of de psycholoog
Hij weet veel over gedrag en over het veranderen van gedrag.

Fysiotherapeut
Een fysiotherapeut is deskundig op gebied van de spieren en gewrichten in je lichaam.