Hoofdstuk 3

Tekst vergroten:

Wat is het recht op zeggenschap?

03.01 kleur

Het recht op zeggenschap is het recht zelf te beslissen over je eigen leven.
Het wordt ook wel het recht op zelfbeschikking genoemd.

Iedereen mag zelf over zijn eigen leven beslissen.
Dat recht op zeggenschap geldt ook voor cliënten.
Dat recht geldt ook voor jou.

Dit zijn voorbeelden waarover je zelf mag beslissen:
  • Zelf kiezen waar je woont.
  • Zelf kiezen wat voor werk je doet.
  • Zelf je vakantie uitkiezen.
  • Zelf kiezen of je naar de kerk wilt gaan.
  • Zelf kiezen wat je eet.
  • Zelf kiezen welke kleren je draagt.
  • Zelf kiezen hoe laat je naar bed gaat.
  • Zelf kiezen wie je vrienden zijn.
  • Zelf beslissen of je kinderen wilt.

Als je niet goed genoeg begrijpt waar het over gaat,
kan je zelf ook geen beslissing nemen.
Dan kan je geen zeggenschap hebben.

Als jij het niet kan, nemen anderen beslissingen voor jou.
Je begeleider of je vertegenwoordiger.
De ander moet dan vertellen dat hij de beslissing voor je neemt.
En hij moet vertellen wat hij voor je beslist heeft

Wat is het recht op ondersteuning bij zeggenschap?

03.02 kleur

De begeleider heeft de taak je te ondersteunen bij het nemen van beslissingen.

De begeleider kan je helpen bij alle stappen die je zet om een besluit te nemen.
Je kunt natuurlijk ook hulp aan anderen vragen.
Je familie, je vertegenwoordiger of je vrienden.

Je kunt ondersteuning vragen bij:
  • het verzamelen van de informatie die je nodig hebt om een besluit goed te kunnen nemen.
  • het op een rij zetten van de informatie.
  • het bedenken van voordelen en nadelen van je besluit.
  • het afwegen van de voordelen en nadelen van je besluit.

Een voorbeeld:
  • Ik wil een vakantie uitzoeken voor komende zomer.
  • Mijn begeleider helpt me om folders aan te vragen.
  • Folders met informatie over reizen die ik zou kunnen kiezen.
  • Zelf bekijk ik welke reizen ik leuk vind.
  • Mijn begeleider helpt me ook bij het uitzoeken hoeveel geld ik heb om op vakantie te gaan.
  • Ik zoek een aantal reizen uit die ik zou willen kiezen.
  • Reizen die niet te duur zijn voor mij.
  • Dan kijk ik samen met mijn begeleider wat de voordelen zijn van de reizen die ik heb uitgezocht.
  • En wat de nadelen van die reizen zijn.
  • Samen ontdekken we dat een reis naar Griekenland niet bij mij past.
  • Waarschijnlijk zal ik last hebben van de warmte daar.
  • De reis naar Oostenrijk lijkt beter geschikt voor mij.
  • Ik heb met ondersteuning van mijn begeleider een goede keuze kunnen maken.
  • Ik ga met een busreis mee naar Oostenrijk.
  • Ik ben blij met mijn keuze.

Wat is wilsbekwaamheid?

03.03 kleur

Als je een beslissing wilt nemen, heb je daarvoor duidelijke informatie nodig.

Het is belangrijk dat je die informatie goed begrijpt.
Het is belangrijk dat je snapt wat de voordelen en nadelen van je beslissing zijn.
Als je dat goed begrijpt, ben je voor die keuze wilsbekwaam.
Dan heb je het recht om zelf te beslissen.

Iedereen is wilsbekwaam totdat het tegendeel is bewezen.
Dat betekent dat je zelf je keuzes mag maken totdat duidelijk is dat je de gevolgen van je keuzes niet goed overziet.

Wat is wilsonbekwaamheid?

03.04 kleur

Het kan dat het niet lukt om het besluit goed te begrijpen en te overzien.
Ook niet als je ondersteund wordt bij het maken van de keuze.

Als je de informatie over de keuze niet begrijpt,
als je niet begrijpt wat de voordelen en nadelen van een keuze zijn,
als je de gevolgen van de keuze niet goed kan overzien,
ben je voor die keuze wilsonbekwaam.

Je kunt dan niet zelf een beslissing goed nemen.
Anderen nemen de beslissing dan voor jou.

Niemand is altijd wilsonbekwaam.
Het hangt van het onderwerp af waarover je wilt beslissen.
Je kunt voor veel beslissingen wilsbekwaam zijn en voor een paar beslissingen wilsonbekwaam.

Een voorbeeld:
  • Ik ben wilsbekwaam over alle beslissingen rond mijn eten en drinken, en mijn dagbesteding.
  • Maar ik ben wilsonbekwaam over de beslissing wel of niet te verhuizen.

Het kan ook zijn dat je de ene dag voor een beslissing wel wilsbekwaam bent en de andere dag niet.
Bijvoorbeeld omdat je dan niet goed in je vel zit.
De begeleider moet dat bij iedere keuze weer opnieuw bekijken.
Ben jij voor die keuze wilsbekwaam of niet.

Moet je altijd verstandige keuzes maken?

03.05 kleur

Het kan zijn dat je de voordelen en nadelen van een keuze overziet.
En dat je iets zo graag wil dat je de nadelen niet belangrijk vindt.
Dan is je keuze misschien niet verstandig.
Maar je mag ook onverstandige keuzes maken.

Een voorbeeld:
  • Ik vind patat heel lekker.
  • Ik weet dat het ongezond is om patat te eten.
  • Toch kies ik ervoor om af en toe patat te eten.

Het kan zijn dat de keuze voor jou heel ingewikkeld is.
En als er aan die keuze ernstig nadeel voor je zit of gevaar voor jezelf of anderen, dan mag je de keuze niet zelf maken.

Een voorbeeld:
  • Ik heb suikerziekte.
  • Ik houd erg van snoepen.
  • Maar als ik teveel snoep kan ik bewusteloos raken.
  • Dat gevaar is zo groot dat ik niet zelf mag kiezen om veel te snoepen.

Moet je al je beslissingen zelf nemen?

03.06 kleur

Soms zijn er moeilijke beslissingen te nemen.
Beslissingen die grote gevolgen voor je hebben.
Je kunt altijd aan anderen vragen om mee te denken.
 
Anderen kunnen je advies geven over je beslissing.
Bijvoorbeeld je familie of je begeleider of een vriend.

Ze kunnen zeggen wat zij de beste beslissing vinden.
Of wat zij zouden doen als ze in jouw schoenen stonden.

Als je de ander vertrouwt, kun je zijn advies opvolgen.
Jij beslist zelf wat je doet met de adviezen van anderen.

Wie bepaalt of je wilsbekwaam bent of niet?

03.07 kleur

Je begeleider bekijkt of je de voordelen en nadele van een keuze overziet.
Hij beslist of je voor die keuze wilsbekwaam bent.
Dan mag je de keuze zelf maken.
Of dat je voor die keuze wilsonbekwaam bent.
Dan beslist een ander voor jou.
De begeleider moet je dat vertellen.

Als het om een belangrijke, grote keuze gaat, moet hij overleggen.
Overleggen met andere begeleiders, met de gedragsdeskundige of met de arts.
Samen bekijken ze of jij voor deze keuze wilsbekwaam bent of niet.

Als je wilsonbekwaam bent voor een kleine beslissing,
beslist de begeleider namens jou.
Bij grotere beslissingen moet je vertegenwoordiger namens jou de beslissing nemen.

Het kan zijn dat jij het er niet mee eens bent dat je begeleider vindt dat je wilsonbekwaam bent voor een keuze.
Praat daarover met je begeleider of met iemand die je vertrouwt.
Je kunt daar ook een klacht over indienen.

Wie is je vertegenwoordiger?

03.08 kleur

Het kan zijn dat je niet al je beslissingen zelf kan nemen.
Dan heb je een vertegenwoordiger die je helpt bij beslissingen.
Je vertegenwoordiger ondersteunt je om zelf te beslissen.
Alleen als dat niet lukt, beslist je vertegenwoordiger namens jou.

Je vertegenwoordiger kan je vader of moeder zijn.
Of je broer of zus of een ander familielid.

Het kan ook zijn dat de rechter een vertegenwoordiger benoemt.
Dat is een curator, een mentor of een bewindvoerder.
Dat kan een familielid zijn of iemand anders.
Dat noemen we een wettelijk vertegenwoordiger.

Een wettelijk vertegenwoordiger kan je ondersteunen bij lastige beslissingen.
Of hij kan de beslissing namens jou nemen.

Het is belangrijk dat je zelf weet of je voor bepaalde dingen wilsonbekwaam bent.
Je kunt dit vragen aan je begeleider.
Dit moet ook in je ondersteuningsplan staan.

Het is ook belangrijk dat je weet of je een wettelijk vertegenwoordiger hebt.
En dat je weet wie je vertegenwoordiger is.
Ook dit kun je vragen aan je begeleider.

Wat is de taak van je vertegenwoordiger?

03.09 kleur

Je vertegenwoordiger ondersteunt je om zelf te beslissen.
Als dat niet lukt, beslist je vertegenwoordiger namens jou.

De vertegenwoordiger moet goed nadenken voor hij beslist.
Hij moet bedenken wat voor jou de beste keuze is.
Hij moet kiezen wat het beste bij jou past.
Dat is niet altijd de meest verstandige keuze.
Of de meest gezonde keuze.
Het is de keuze die het beste bij jou past.

Voordat hij beslist, moet hij goed naar jou luisteren.
Want het kan zijn dat de keuze te ingewikkeld voor jou is.
Maar je kunt wel vertellen wat jij belangrijk vindt.
Of wat je lekker vindt of wat je leuk vindt om te doen.
Je vertegenwoordiger moet dat meenemen in zijn besluit.

Wat doet een curator?

03.10 kleur

Een curator is een wettelijk vertegenwoordiger.
Hij wordt door de rechter aangesteld.
De rechter doet dat als een cliënt niet alle besluiten zelf kan nemen.

Je vader of moeder kan je curator zijn, of je broer of zus.
Je curator kan ook iemand anders zijn.

De zaken die je zelf kan beslissen, blijf je gewoon zelf beslissen.
Bij lastige beslissingen ondersteunt de curator je.
Als het niet lukt om zelf te beslissen, beslist de curator namens jou.

De curator neemt alle besluiten voor jou die je niet zelf kan nemen.
Besluiten over de zorg en ondersteuning die je krijgt.
En besluiten over je geld.
De curator mag geen beslissingen van je overnemen over heel persoonlijke zaken.
Bijvoorbeeld als je je testament wilt opstellen, of als je wilt trouwen.
Je curator kan je bij die besluiten natuurlijk wel ondersteunen.

Als je een curator hebt, ben je handelingsonbekwaam.
Dat betekent dat je zelf geen grote aankopen kan doen.
Je kan zelf ook geen contract ondertekenen.
Bijvoorbeeld een huurcontract.
Je curator moet dan namens jou een handtekening onder het contract zetten.
Hij moet de aankopen die je wilt doen ook voor jou betalen.
Hij doet dat met jouw geld.
Of hij kan de aankoop die jij gedaan hebt, terugbrengen naar de winkel.

De curator moet je informeren wat zij namens jou besloten heeft.
Hij moet ook vertellen waarom hij dat besluit heeft genomen.
En hoe jouw geld is besteed.
Je mag ook zelf je bankafschriften bekijken.
Je hebt recht op die informatie.

De curator moet ieder jaar aan de rechter laten zien dat zij goed voor je belangen is opgekomen.
En dat hij goed met jouw geld is omgegaan.

Het is belangrijk dat je zelf weet of je een curator hebt en wat je zelf kan beslissen. Je kunt dit vragen aan je begeleider.

Wat doet een mentor?

03.11 kleur

Een mentor is een wettelijk vertegenwoordiger.
Hij wordt door de rechter aangesteld als een cliënt niet alle besluiten zelf kan nemen.

Je vader of moeder kan je mentor zijn.
Of je broer of zus kan je mentor zijn.
Je mentor kan ook iemand anders zijn.

De zaken die je zelf kan beslissen, blijf je gewoon zelf beslissen.
Bij lastige beslissingen kan de mentor je ondersteunen.
Als het niet lukt om zelf het besluit te nemen, beslist de mentor namens jou.
Bijvoorbeeld als je een operatie moet krijgen.

De mentor moet jou vertellen wat zij namens jou besloten heeft.
Hij moet ook zeggen waarom hij dat besluit heeft genomen.
Je hebt recht op die informatie.

Hij kan beslissingen voor jou nemen over alle zaken die met de zorg en ondersteuning te maken hebben.
De mentor gaat niet over je geld.

Het is belangrijk dat je zelf weet of je een mentor hebt en wat je zelf kan beslissen.
Je kunt dit vragen aan je begeleider.

Wat doet een bewindvoerder?

03.12 kleur

Een bewindvoerder is een wettelijk vertegenwoordiger.
Hij wordt door de rechter aangesteld als een cliënt niet goed
met geld om kan gaan.

Je vader of moeder kan je bewindvoerder zijn, of je broer of zus.
Je bewindvoerder kan ook iemand anders zijn.

De bewindvoerder beheert het geld van de cliënt.
Samen spreek je af tot welk bedrag je zelf mag beslissen.
Dat is vaak je zakgeld of het geld dat staat op je zakgeldrekening.
De rekening waarvan je zelf het pasje hebt.

Bij grote uitgaven moet je met de bewindvoerder overleggen voor je het geld uitgeeft.
Je mag dan bijvoorbeeld niet je eigen geld van de bank halen.

De bewindvoerder moet je vertellen hoe jouw geld wordt besteed.
Je hebt recht op die informatie.

De bewindvoerder moet ieder jaar aan de rechter laten zien dat hij goed met jouw geld is omgegaan.

Het is belangrijk dat je zelf weet of je een bewindvoerder hebt en wat je zelf kan beslissen.
Je kunt dit vragen aan je begeleider.

Wat kun je doen als je het niet met je vertegenwoordiger eens bent?

03.13 kleur

Een vertegenwoordiger moet zijn best doen om een goede vertegenwoordiger te zijn:
  • Hij moet goed naar je luisteren.
  • Hij moet je ondersteunen als je zelf een besluit neemt.
  • Hij moet namens jou goede besluiten nemen.
  • Hij moet het besluit alleen overnemen als het voor jou te moeilijk is.
Dat geldt ook voor je wettelijk vertegenwoordiger, de mentor,
de curator en de bewindvoerder.

Het kan zijn dat jij vindt dat de vertegenwoordiger het niet goed doet.
  • Dat hij niet goed naar je luistert.
  • Of dat hij verkeerde beslissingen voor je neemt
  • Of dat hij meer beslissingen voor je neemt dan jij nodig vindt.

Dan is het belangrijk dat je daar over praat.
Met je vertegenwoordiger of met je begeleider of iemand anders.
Samen kun je dan kijken of het beter kan.

Het kan zijn dat je dat lastig vindt om te bespreken.
Je kunt dan iemand vragen je te ondersteunen bij dat gesprek.

Als een wettelijk vertegenwoordiger zijn werk niet goed doet,
Kan hij door de rechter worden ontslagen.

Zitten er grenzen aan je recht op zeggenschap?

03.14 kleur

Als je dat kan, mag je zelf je eigen keuzes maken.
Dat is het recht op zeggenschap.

Dat betekent niet dat alles gebeurt zoals jij dat wil.
Aan de zeggenschap van iedereen zitten grenzen.

De grenzen van zeggenschap zijn:
1.    Er moet voldoende geld zijn voor wat jij wilt.
2.    Je mag niet kiezen wat in de wet verboden is.
3.    Je moet rekening houden met de mensen om je heen.
4.    Je moet de keuze kunnen begrijpen.
Dat betekent dat je de voordelen en de nadelen van een keuze moet begrijpen.
5.    Je keuzes moeten passen bij goede zorg.
6.    Je wettelijk vertegenwoordiger maakt keuzes voor jou.
7.    Je moet de mogelijkheden hebben om je keuze waar te maken.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 1:

Grens 1: Je moet voldoende geld hebben om te kopen wat je wilt hebben.

03.15.1 kleur

Je moet natuurlijk wel genoeg geld hebben om de dingen die je wilt hebben ook te kopen.

Een voorbeeld:
  • Ik wil een dure vakantie boeken.
  • Als ik niet genoeg geld heb om die vakantie te betalen, kan ik die vakantie niet boeken.
  • Dan zal ik een goedkopere vakantie moeten uitkiezen.
  • Of ik kan eerst gaan sparen tot ik genoeg geld heb.
  • Dan kan ik de vakantie kiezen die ik graag wil



Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 2:

Grens 2: Je mag niet kiezen wat in de wet verboden is.

03.15.2 kleur

Dus je mag alleen kiezen wat mag volgens de wetten van ons land.
Voorbeelden van zaken die je niet mag:
  • Je mag niet stelen.
  • Je moet je rekeningen betalen.
  • Je mag de spullen van anderen niet kapot maken.

Een voorbeeld:
  • Ik wil graag het weekend naar mijn vrienden in Amsterdam.
  • Ik kan bij hun logeren.
  • Maar er staat geen geld meer op mijn OV - chipkaart.
  • Daarom stap ik in de trein zonder in te checken.
  • Als de conducteur komt controleren krijg ik een boete.
  • en hij kan me de trein uitzetten.
  • Want de wet zegt dat je met je OV - chipkaart moet inchecken als je met de trein wil reizen.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 3:

Grens 3: Je moet rekening houden met de mensen om je heen.

03.15.3 kleur

Je moet rekening houden met de mensen om je heen.
Anderen mogen geen gevaar lopen of ernstig nadeel ondervinden door jouw keuzes.
Soms staan die grenzen in de wet of in de huisregels.
Soms gaat het over een afspraak die we met elkaar hebben.

Als je met andere mensen samen woont, moet je rekening met elkaar houden.
Dat betekent dat je niet alles kan beslissen zoals je dat wilt.
Je neemt dan veel besluiten samen en dat is niet altijd zoals jij het graag zou willen.
Dat hoort bij het samen wonen met anderen.
Dan heb je wat minder zeggenschap.

Een voorbeeld:
  • Ik houd ervan om naar harde muziek te luisteren.
  • Mijn buren hebben daar last van.
  • Dan maak ik afspraken wanneer ik wel harde muziek luister en wanneer ik geen harde muziek luister.
  • Of ik ga mijn muziek met een koptelefoon beluisteren.

Deze regels staan niet in de wet.
Meestal zijn dit afspraken die je samen maakt.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 4:

Grens 4: Je moet de keuze wel kunnen begrijpen.

03.15.4 kleur

Om een keuze goed te maken moet je het wel kunnen begrijpen.
Je moet snappen waar het over gaat.
Je moet wilsbekwaam zijn om zelf te kiezen.
Dat betekent dat je moet begrijpen wat de voordelen zijn van je keuze.
En wat de nadelen zijn.
Als je niet goed begrijpt waar het over gaat, kun je zelf ook geen beslissingen nemen.
Dan ben je wilsonbekwaam voor die keuze.
Dan begrijp je de nadelen van je keuze niet.
Je zou dan per ongeluk een verkeerde keuze kunnen maken.

Een verkeerde keuze kan erg in je nadeel zijn.
Dan weegt dat nadeel zwaarder dan je zeggenschap.
Dan mag je niet zelf kiezen.
Anderen maken dan de keuze voor jou.
Dat mag alleen als de nadelen heel vervelend voor jou zijn.
Want iedereen mag fouten maken.
Begeleiders willen voorkomen dat jij te grote fouten maakt:
  • Fouten die heel grote nadelige gevolgen voor jou hebben.
  • Fouten die gevaarlijk zijn voor jou of voor anderen.
  • Fouten die niet meer terug te draaien zijn.

Een voorbeeld:
  • Ik wil graag alleen naar het winkelcentrum.
  • Maar ik let niet goed op in het verkeer.
  • Ik snap niets van verkeersregels.
  • Ik begrijp niet dat het gevaarlijk is als ik niet goed uitkijk.
  • Ik mag dus niet alleen naar het winkelcentrum.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 5:

Grens 5: Je keuzes moeten passen bij goede zorg.

03.15.5 kleur

Als je in een zorginstelling woont, moeten de begeleiders je goede zorg en ondersteuning bieden.
De begeleider is ervoor verantwoordelijk dat jij geen gevaar loopt.
Of dat je anderen niet in gevaar brengt.
Of dat je jezelf ernstig benadeelt door een verkeerde keuze.

Het kan zijn dat de keuze die je wilt nemen gevaarlijk is voor jezelf of voor anderen.
Of dat je keuze heel nadelig voor je is.
Als het gaat om een voor jou ingewikkelde keuze,
dan weegt dat gevaar of nadeel zwaarder dan je recht op zeggenschap.

De begeleider bepaalt dan dat je niet zelf kan beslissen.
Dat de keuze te ingewikkeld voor jou is.
Je vertegenwoordiger of de begeleider beslist dan voor jou.
Hij moet dat wel goed aan jou uitleggen.
Hij moet je ook vertellen wat hij voor je beslist heeft.

Een voorbeeld:
  • Ik wil graag zelf mijn medicijnen beheren.
  • Maar de begeleider heeft gemerkt dat ik dat dan vaak vergeet.
  • Dat is gevaarlijk voor mij.
  • Daarom beheren de begeleiders mijn medicijnen.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 6:

Grens 6: Je wettelijk vertegenwoordiger maakt keuzes voor jou.

03.15.6 kleur

Als je een wettelijk vertegenwoordiger hebt,
dan mag je niet al je beslissingen zelf nemen.

Heb je een mentor?
Bij een beslissing over je zorg moet je mentor altijd meekijken.
Als je voor een besluit wilsonbekwaam bent, neemt de mentor het besluit namens jou.

Heb je een bewindvoerder?
Je mag dan niet zelf over je geld beslissen.

Heb je een mentor en een bewindvoerder?
Je mentor kijkt mee bij een besluit over je zorg.
Als je voor een besluit wilsonbekwaam bent, neemt de mentor het besluit namens jou.
Je mag dan niet zelf over je geld beslissen.
Je bewindvoerder beslist over je geld.

Heb je een curator?
Je mag dan niet zelf over je geld beslissen.
Bij een beslissing over je zorg moet je curator altijd meekijken.
Als je voor een besluit wilsonbekwaam bent, neemt de curator het besluit namens jou.

Welke grenzen zitten er aan de zeggenschap van de cliënt? Grens 7:

Grens 7: Je moet de mogelijkheden hebben om je keuze waar te maken.

03.15.7 kleur

Het kan zijn dat je dingen wilt bereiken die voor jou niet mogelijk zijn.
Je kunt niet alles en sommige dingen kun je ook niet leren.
Dan is je zeggenschap beperkt door je eigen mogelijkheden.

Een voorbeeld:
  • Ik wil graag vrachtwagenchauffeur worden.
  • Maar ik heb geen rijbewijs.
  • Ik snap ook niets van de verkeersregels.
  • en ik kan niet goed lezen.
  • Ik weet dat ik dus nooit vrachtwagenchauffeur zal worden.
  • Dat heeft mijn begeleider mij uitgelegd.
  • Ik vind dat heel jammer.
  • Maar ik kan nooit leren autorijden.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 3

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Gedragsdeskundige
De gedragsdeskundige is de orthopedagoog of de psycholoog
Hij weet veel over gedrag en over het veranderen van gedrag.

Wettelijk vertegenwoordiger
De wettelijk vertegenwoordiger is door de rechter benoemd.
Hij is degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening aan de cliënt
De wettelijk vertegenwoordiger neemt zo nodig beslissingen namens de cliënt.
De curator, de mentor en de bewindvoerder zijn wettelijk vertegenwoordigers.

Zorginstelling
De organisatie die zorg- en dienstverlening organiseert.
Ook wel instelling of zorgaanbieder genoemd.
Bijvoorbeeld een woonvorm of een activiteitencentrum.