Recht op informatie

Tekst vergroten:

Wat zijn rechten?

01.01.1 kleur

Rechten zijn afspraken en regels die zeggen wat je mag doen, mag hebben en mag vragen.
Het is belangrijk dat je als cliënt weet wat je rechten zijn.
Begeleiders moeten zich aan die afspraken en regels houden.

Een aantal afspraken en regels heeft de regering gemaakt.
Die afspraken en regels staan op papier in allerlei wetten.

Een voorbeeld:
Je hebt het recht om zelf iets te beslissen.

Andere afspraken en regels zijn er omdat we daarover allemaal hetzelfde denken.
Dat noem je normen en waarden.

Een voorbeeld:
Je staat in de bus op voor oudere mensen.
Dat hebben we met elkaar afgesproken.
Zij mogen zitten in de bus.

Er zijn veel soorten rechten.
Sommige gelden voor iedereen in de hele wereld of juist alleen in Nederland.
Er zijn ook rechten speciaal voor mensen met een beperking.
    Je hebt het recht om zelf iets te beslissen.

Wat zijn de belangrijkste rechten van cliënten?

01.02.1 kleur

Het is goed om te weten wat je rechten zijn.
Dit zijn de belangrijkste rechten:
  • Het recht op informatie.
  • Het recht op zeggenschap.
  • Het recht op geheimhouding.
  • Het recht op privacy.
  • Het recht op vrijheid.
  • Het recht op goede zorg.
  • Het recht om te klagen.
  • Het recht op veiligheid.
  • Het recht op eten en drinken.
  • Het recht op een dak boven je hoofd.
  • Het recht op vrije meningsuiting.
  • Het recht op een vertegenwoordiger.
  • Het recht op een cliëntenraad.

Deze rechten gelden voor alle mensen.
Mensen met een beperking hebben dezelfde rechten als iedereen.
Bij sommige rechten zijn er extra afspraken gemaakt voor mensen met een beperking.
Dat wordt later in dit boek verder uitgelegd.

 

Wat kan je zelf doen om voor je rechten op te komen?

01.03.1 kleur

Om zelf voor je rechten op te komen is het belangrijk dat je informatie hebt over je rechten.
Welke rechten heb ik bij een bepaalde gebeurtenis?

Om aan informatie te komen kan je vragen stellen aan:
  • je familie of vrienden,
  • je begeleider,
  • de cliëntenvertrouwenspersoon,
  • andere personen.
Je kunt ook informatie opzoeken in dit boek of op het internet.
Ook in je ondersteuningsplan staat informatie over je rechten.

Dan weet je wat de rechten zijn.
Daarna kun je gaan praten met je begeleider.
Samen kijk je wat jouw rechten zijn.
Je kunt daarbij hulp vragen.
Bijvoorbeeld van je familie.
Je kunt vertellen wat jij wilt.
Je probeert er samen uit te komen.

Wie kan je helpen om voor je rechten op te komen?

01.04.1 kleur

Het is best moeilijk om zelf voor je rechten op te komen.
Je kunt hulp vragen van anderen.
Die kunnen je helpen om informatie te vinden.
En ze kunnen je ondersteunen bij het gesprek over je rechten.

Je kunt hulp vragen aan je familie of een vriend.
Of aan een begeleider of medewerker van de zorginstelling.

De cliëntenvertrouwenspersoon heeft als taak om cliënten te ondersteunen bij klachten.
Dus kijk of bij jouw zorginstelling een cliëntenvertrouwenspersoon is.

Je kunt het ook bespreken in het bewonersoverleg.
Het bewonersoverleg heet ook wel huisoverleg of huiskameroverleg.
Op je werk bij het activiteitencentrum heet het werkoverleg.

Je kunt je punt ook doorgeven aan de cliëntenraad.
De cliëntenraad helpt als jouw punt voor meer cliënten een probleem is.
Want de cliëntenraad komt op voor alle cliënten.
De cliëntenraad overlegt met de manager.
De raad kan opkomen voor de rechten van alle cliënten.

Kun je altijd je recht krijgen?

01.05.1 kleur

Soms wil je iets heel graag.
Maar dat lukt niet altijd.
Ook al heb je er misschien wel recht op.

Als er niet voldoende geld is, krijg je niet wat jij graag wilt.

Een voorbeeld:
Ik wil graag een verre reis maken.
Maar ik heb niet genoeg geld voor die reis.
Dan kan ik wel gaan sparen.
Maar voorlopig kan ik niet op reis.

Als jouw mogelijkheden beperkt zijn, krijg je niet altijd wat je wil.

Een voorbeeld:
Ik wil graag zelfstandig douchen.
Maar ik kan niet zelf mijn eigen lichaam goed verzorgen.
De begeleider helpt me daarom met douchen.
Ik heb dus minder privacy dan ik zou willen.

De zorginstelling kan niet alles, dus krijg je niet altijd wat je wil.

Een voorbeeld:
Ik vind het heerlijk om laat naar bed te gaan.
Maar mijn begeleider gaat om 10 uur naar huis
En hij moet me helpen om in bed te komen.
Ik ga daarover praten met mijn begeleider.

Het is belangrijk dat je vertelt wat jij wilt.
Dan kan je begeleider kijken wat er mogelijk is.
 

Als je je rechten niet kent, krijg je niet altijd waar je recht op hebt.

Een voorbeeld:
Ik wil graag weten wat er in mijn dossier staat.
Maar ik wist niet dat ik daar recht op heb.
Daarom heb ik het nooit gevraagd.
Mijn begeleider weet niet dat ik dat graag zou willen.

Het is altijd goed om te bespreken wat je graag wilt.
Dan kan iedereen zijn best daarvoor doen.
En kom je dichter bij je rechten.

Als je een vertegenwoordiger hebt, beslist hij soms voor jou.

Een voorbeeld:
Ik wil graag op de fiets overal naar toe.
Mijn vertegenwoordiger vindt dat veel te gevaarlijk.
Ik overzie het gevaar niet goed.
Dan maakt mijn vertegenwoordiger voor mij de keuze.
Hij moet daarvoor wel met mijn begeleider overleggen.
Ik kan misschien wel gaan oefenen.
Dan kan ik straks misschien wel alleen gaan fietsen.
Of samen met een vrijwilliger.

Soms weegt het ene recht zwaarder dan het andere.
De begeleider moet kijken welk recht het zwaarste weegt.
Dus hij beslist welk recht het belangrijkste is.
Soms is dat je recht op goede zorg.
Soms is een ander recht belangrijker.
Dan krijg je dat andere recht niet of minder.

Heb je ook plichten?

01.06.1 kleur

Naast rechten, zijn er ook plichten.
Ook de plichten van mensen staan in de wet.
Bijvoorbeeld dat je een kaartje moet kopen voor de trein.
Je moet betalen als je iets koopt.
Die plichten gelden voor iedereen.

Mensen die cliënt zijn van een zorginstelling hebben ook plichten.
In de wet staan 2 belangrijke plichten voor cliënten:

  1. Informatie geven:
    De begeleider heeft informatie van jou nodig.
    Die informatie is nodig zodat je goede zorg kan krijgen.
     2.  Meewerken aan de zorg die je ontvangt:
          Begeleiders moeten jou goed helpen.
          Jij moet goed meewerken.
          Anders krijg je geen goede zorg.

Er zijn ook andere plichten.
Dat zijn afspraken tussen de begeleiders en jou.
Die staan in de huisregels.
Bijvoorbeeld: de warme maaltijd is iedere dag om 6 uur.
En in je ondersteuningsplan.
Bijvoorbeeld: iedere dag douchen.

Je kunt ook afspraken hebben met de andere cliënten.
Bijvoorbeeld dat jij op maandag de afwas doet.

Het is belangrijk om over al die afspraken te praten.
Zeker als je het niet met die afspraken eens bent.

Moeten cliënten de wetten kennen?

01.07.1

De rechten van cliënten zijn vastgelegd in allerlei wetten.
Die wetten staan achterin dit boek op een rijtje.
Gelukkig hoef je al die wetten niet te kennen.

Je kunt in dit boek bekijken wat je rechten zijn.
Je kunt ook vragen of iemand je uitlegt wat je rechten zijn.

Bijvoorbeeld de cliëntenvertrouwenspersoon.


De zorginstelling heeft ook informatie over de rechten van cliënten op papier staan.
Daar kun je naar vragen.
 
Je kunt ook het rechtenteam uitnodigen.
Het rechtenteam is een groep mensen met een beperking.
Zij zijn deskundig op het gebied van de rechten van cliënten.
Zij geven voorlichting en informatie over de rechten van cliënten.

Wat moeten begeleiders weten van de rechten van cliënten?

01.08.1 kleur

Het is heel erg belangrijk dat begeleiders de rechten van cliënten kennen.
Zij moeten zich ook aan die rechten houden.
Dat kan alleen als ze de rechten van cliënten kennen.

Begeleiders moeten ervoor zorgen dat ze goede informatie hebben.
De zorginstelling moet zorgen dat er goede informatie is.

Begeleiders hebben de taak cliënten te vertellen over hun rechten.

Praat erover met je begeleider als je denkt dat hij de rechten van cliënten niet goed kent.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 1

Cliënt
Iemand die begeleiding, ondersteuning, zorg of diensten van een zorginstelling krijgt.
Bijvoorbeeld de bewoners van een woonvorm en de deelnemers van een activiteitencentrum.

Regering
De regering is de groep mensen die het land bestuurt.
De regering is de baas van het land.

Privacy
Iets voor jezelf, privé.
Bijvoorbeeld informatie die alleen voor jou is.
Dat noemen we ook wel informationele privacy of geheimhouding.
Of je eigen ruimte. Een eigen plek waar je alleen kunt zijn.
Dat noemen we ook wel ruimtelijke privacy.

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Cliëntenvertrouwenspersoon
Iemand met wie cliënten kunnen praten als er een probleem is met de zorg of begeleider.
Samen kijken zij welke oplossing er gevonden kan worden.

Ondersteuningsplan
Het plan waarin opgeschreven wordt hoe de begeleiding en ondersteuning van een cliënt eruit gaat zien.
Dit plan heet ook wel begeleidingsplan of zorgplan, behandelplan,
handelplan, persoonlijk plan, verpleegplan, werkplan, groeiplan,
OP, dat is de afkorting voor ondersteuningsplan,
POP, dat is de afkorting voor persoonlijk ondersteuningsplan,
COP, dat is de afkorting van cliëntondersteuningsplan,
IP, dat is de afkorting van individueel plan,
IOP, dat is de afkorting van individueel ondersteuningsplan.

Zorginstelling
De organisatie die zorg- en dienstverlening organiseert.
Ook wel instelling of zorgaanbieder genoemd.
Bijvoorbeeld een woonvorm of een activiteitencentrum.

Activiteitencentrum
De plek waar je overdag naar toe gaat voor je werk of activiteiten. Activiteitencentrum heet ook dagbesteding, werkplek of AC.

Cliëntenraad
De raad die namens alle cliënten meedenkt, meepraat en meebeslist.
De raad komt op voor de gezamenlijke belangen van de cliënten.
De rechten van de raad staan in de wet Wmcz
Dat is de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen.


Manager
De baas of leidinggevende van een deel van de organisatie.

Dossier
Alle gegevens van de cliënt rond de zorg- en dienstverlening.