Hoofdstuk 10

Tekst vergroten:

Waar vind je jouw rechten op papier?

10.01 kleur

De rechten van cliënten staan opgeschreven op verschillende plekken.

De rechten van de cliënt staan op geschreven in:

  • De zorg- en dienstverleningsovereenkomst:
    dat zijn de afspraken tussen de cliënt en de instelling.
  • Het ondersteuningsplan:
    dat zijn de plannen die voor iedere cliënt apart gemaakt worden.
  • De huisregels:
    dat zijn de regels die voor iedereen gelden in de woonvorm of het activiteitencentrum, omdat deze samen met de cliënten zijn afgesproken.
  • Protocollen en reglementen en codes:
    Dat zijn regels over een onderwerp.
Bijvoorbeeld de klachtenregeling. Daarin staat hoe er binnen de zorginstelling met klachten van cliënten wordt omgegaan.

Het is belangrijk dat de rechten van cliënten op papier staan.
Dan weten alle cliënten waar zij aan toe zijn.

Wat is een zorg- en dienstverleningsovereenkomst?

10.02 kleur

Een zorg- en dienstverleningsovereenkomst is een lijst met afspraken tussen de cliënt en de woonvorm of het activiteitencentrum.

Deze afspraken kunnen gaan over wonen of over werken.
Door de afspraken op te schrijven weet je precies welke afspraken de zorginstelling moet nakomen.
En welke afspraken jij moet nakomen.

In de zorg- en dienstverleningsovereenkomst staan afspraken over:
  • het wonen of werken bij de zorginstelling.
  • de zorg en dienstverlening die jij krijgt bij de zorginstelling.
  • hoelang de afspraken gelden.
  • hoe de zorg die jij krijgt, betaald wordt.

De zorg- en dienstverleningsovereenkomst moet getekend worden door jou en iemand van de instelling.

Als je niet zelf je handtekening kan zetten dan kan jouw vertegenwoordiger tekenen.
Je kunt ook allebei je handtekening zetten.

Teken pas als je begrijpt wat er staat.

Wat is een ondersteuningsplan?

10.03 kleur

In het ondersteuningsplan staat waar je ondersteuning bij nodig hebt.
Iedere cliënt heeft een eigen ondersteuningsplan.

Een ondersteuningsplan heet soms anders:
  • Zorgplan.
  • Begeleidingsplan.
  • Behandelplan.
  • Handelplan.
  • Persoonlijk plan.
  • Verpleegplan.
  • Werkplan.
  • Groeiplan.
  • OP, dat is de afkorting voor ondersteuningsplan.
  • POP, dat is de afkorting voor persoonlijk ondersteuningsplan.
  • COP, dat is de afkorting van cliëntondersteuningsplan.
  • IP, dat is de afkorting van individueel plan.
  • IOP, dat is de afkorting van individueel ondersteuningsplan.

Wat staat er in een ondersteuningsplan?

10.04 kleur

In het ondersteuningsplan staat de ondersteuning die je nodig hebt.
Ondersteuning bij het wonen.
En de ondersteuning bij de dagbesteding of werk.
En de ondersteuning bij de dagelijkse dingen.

In het ondersteuningsplan kan bijvoorbeeld staan:
  • Welke hulp jij nodig hebt bij het douchen.
  • Welke ondersteuning je nodig hebt bij het eten.
  • De ondersteuning die je nodig hebt om je verder te ontwikkelen.
  • Welke ondersteuning je nodig hebt bij het reizen naar je werk.

De dingen die in het ondersteuningsplan staan, zijn persoonlijke afspraken tussen jou en de zorginstelling.

In je ondersteuningsplan staat:
  • Wie ben je?
  • Wat vind jij belangrijk?
  • Wat kun je zelf doen?
  • Wat kun je zelf doen met ondersteuning?
  •  Wat doet de begeleider voor jou?
  • Hoe ziet je ondersteuning eruit?
  • Wat zijn je plannen voor de toekomst?
  • Hoe ga je aan die plannen werken?
  • Welke ondersteuning krijg je bij het werken aan de plannen?

In je ondersteuningsplan moet ook staan wanneer begeleiders zich niet aan jouw rechten houden:
  • Als goede zorg zwaarder weegt dan je recht op informatie.
  • Als goede zorg zwaarder weegt dan je recht op zeggenschap.
  • Als goede zorg zwaarder weegt dan je recht op privacy.
  • Als goede zorg zwaarder weegt dan je recht op geheimhouding.
  • Als goede zorg zwaarder weegt dan je recht op vrijheid.

Het is belangrijk dat erbij staat waarom goede zorg zwaarder weegt.

Waarom is je ondersteuningsplan belangrijk?

10.05 kleur

Met een goed ondersteuningsplan, krijg je de ondersteuning die bij je past.
Het is voor iedereen duidelijk welke ondersteuning je nodig hebt.
Je krijgt dan niet te veel ondersteuning.
En je krijgt niet te weinig ondersteuning.
En de ondersteuning wordt gegeven op een manier die bij jou past.
Begeleiders kunnen jou dan goede zorg geven.
De goede zorg waar je recht op hebt.

Met een goed ondersteuningsplan zijn er duidelijke afspraken over je ondersteuning.
Over wat je wel wilt en wat je niet wilt.
En over wat je nodig hebt.
Begeleiders moeten zich houden aan de afspraken in je plan.
Met een goed ondersteuningsplan kun je je ook goed ontwikkelen.
Op de manier die voor jou goed is.
De manier die bij jou past.
Want in je ondersteuningsplan staan ook de plannen voor de toekomst.
Wat wil je graag leren?
Hoe ga je dat leren?
Welke ondersteuning krijg je daarbij?

Het kan gaan om kleine plannen: bijvoorbeeld zelfstandig douchen.
En grote plannen: Bijvoorbeeld zelfstandig gaan wonen.
Of gaan werken in het vrije bedrijf.

Een voorbeeld:
Ik wil graag leren om zelfstandig te douchen.
Ik vind het vervelend dat de begeleider mij moet helpen bij het douchen.
Daarom staat in mijn ondersteuningsplan dat ik dat wil.
Mijn begeleider heeft mij uitgelegd wat ik moet doen.
Ik heb ook een kaart met foto’s gekregen waar dat op staat.
Iedere foto op de kaart moet ik nadoen.
Als ik dat doe, dan doe ik het goed.
Komende week gaat de begeleider alleen maar kijken.
Als het een week lang goed gaat, douche ik voortaan alleen.
Dan veranderen we mijn ondersteuningsplan.

Hoe wordt het ondersteuningsplan gemaakt?

10.06 kleur

Het plan wordt samen met de cliënt en de begeleider, familie en de gedragsdeskundige van de instelling gemaakt.
Als jij dat wil, mogen ook anderen meedenken over het plan.

Samen denk je na over je leven.
Over wat er goed gaat in je leven.
En over wat er niet zo goed gaat.
Over wat je zou willen veranderen.
En over wat je niet wilt veranderen.
Over wat je nodig hebt.
En over wat niet goed voor jou is.

Je kunt samen dromen over je toekomst.
Over wat je graag zou willen.
Daarna kijk je samen welke dromen waar kunnen worden.
En wat daar voor nodig is.

Niet alles wat jij wil, kan altijd.
Jouw plannen mogen voor jou niet gevaarlijk of nadelig zijn.
Want begeleiders moeten jou goede zorg geven.
Samen zoek je naar de plannen die passen bij jou en bij goede zorg.

Als je het samen eens bent zet je je handtekening onder het plan.
Je zet zelf je handtekening.
Als je het plan zelf niet helemaal goed begrijpt, zet je vertegenwoordiger die heeft meegedacht ook zijn handtekening.
Als je een wettelijk vertegenwoordiger hebt, zet hij ook zijn handtekening.

Je begeleider of de manager zet ook zijn handtekening.

Dan staan de afspraken vast.
Je hebt er recht op dat begeleiders zich aan de afspraken houden.

Het kan zijn dat je niet wilt dat je familie bij de zorgplan bespreking is.
Vertel dat aan je begeleider.
Samen kun je kijken of dat kan.

Wat zijn je rechten rond het ondersteuningsplan?

10.07 kleur

Je hebt recht op de informatie uit je ondersteuningsplan.
Je mag het plan altijd lezen of laten voorlezen.
Als je het niet duidelijk vindt, moet de begeleider het uitleggen.
Net zolang tot je het goed begrijpt.
Je hebt ook recht op een kopie van je ondersteuningsplan.
Dan kun je je ondersteuningsplan steeds zelf bekijken.

Je hebt zeggenschap over je ondersteuningsplan.
Je mag meepraten en meebeslissen over je ondersteuning.
Over hoe die ondersteuning gegeven wordt.
Je mag meepraten en meebeslissen over je plannen.
En over hoe je aan die plannen werkt.
En welke ondersteuning je daarbij krijgt.
Je ondersteuning en je plannen moeten voor jou wel veilig zijn.
Alleen als het veilig is, krijg je goede zorg.
Je hebt recht op een goede vertegenwoordiger.
Het kan zijn dat het voor jou lastig is om je plan goed te begrijpen.
Dan heb je er recht op dat je vertegenwoordiger meehelpt.
Dan krijg je een goed ondersteuningsplan.

Je hebt recht op geheimhouding van je ondersteuningsplan.
Anderen mogen je plan alleen lezen met jouw toestemming.
Alleen de begeleiders die jou ondersteunen mogen het plan lezen.
En je wettelijk vertegenwoordiger mag altijd jouw plan lezen.
Of je vertegenwoordiger die jou helpt als jij het niet goed begrijpt.
Hij mag je plan lezen om goed voor jou op te kunnen komen.

Je hebt er recht op dat je ondersteuningsplan regelmatig bekeken wordt.
Want als dat nodig is moet het plan aangepast worden.
Dus moet er regelmatig gekeken worden of het plan nog past.
Of je nog steeds de goede ondersteuning krijgt.
Of je nog steeds aan dezelfde plannen wilt werken.
Of je nog steeds op de passende manier daarbij ondersteund wordt.

Wat zijn huisregels?

10.08 kleur

Huisregels zijn de afspraken die gelden in de woonvorm of op het activiteitencentrum.
Iedere cliënt moet zich aan die regels houden.

Huisregels zijn er zodat alles goed geregeld kan worden.
Dat is zeker belangrijk als je met meer mensen samen bent.

Die regels horen op papier te staan.
Iedere cliënt moet geïnformeerd zijn over de huisregels.
Je kunt je begeleider vragen naar de huisregels.

Het is goed als begeleiders en cliënten samen de huisregels maken.
En ze regelmatig met elkaar te bespreken.
Zijn ze nog nodig? Moeten ze veranderd worden?

De cliëntenraad heeft adviesrecht over de huisregels.
De cliëntenraad moet het met de huisregels eens zijn.

Soms zijn er ook nog andere regels.
Regels waar jij je aan moet houden maar die niet op papier staan.
Het is goed om dat te bespreken met elkaar.
Of met je begeleider.
Zijn die regels wel nodig?
Als de regels nodig zijn, is het belangrijk dat ze op papier staan.
Dan weet iedereen waar hij aan toe is.

Welke afspraken kunnen er in de huisregels staan?

10.09 kleur

In de huisregels kunnen regels staan over allerlei dingen:
  • Hoe laat er gegeten wordt.
  • Na welke tijd het ‘s avonds rustig moet zijn.
  • Bezoek ontvangen.
  • Het gebruik van de telefoon van de woonvorm.
  • Roken.
  • Overlast door alcoholgebruik.
  • Het gebruik van drugs en andere verdovende middelen.
  • Het maken van foto’s en filmopnamen.
  • Het in huis kopen en verkopen van spullen.

Huisregels zorgen dat cliënten zo min mogelijk last van elkaar hebben.
Een voorbeeld:
  • Bij ons staat in de huisregels dat je in huis geen geluidsoverlast mag geven in de avond na 10 uur.
  • Dat betekent dat de TV niet te hard aan mag.
  • En dat je geen harde muziek mag spelen.
  • Of heel hard mag praten of roepen.
  • Veel cliënten gaan om 10 uur naar bed en willen dan slapen.
  • Dat kan niet als de andere cliënten teveel herrie maken.
  • Daarom is het een goede huisregel.

Iedere cliënt is verplicht zich aan de huisregels te houden.
Behalve als in je ondersteuningsplan staat dat de regels voor jou anders zijn.
De begeleider mag je niet straffen als je je niet aan de regels houdt.

Wat mag er niet in de huisregels staan?

10.10 kleur

In de huisregels mogen alleen die regels staan die nodig zijn om alles goed te regelen.

Een heleboel dingen mogen niet in de huisregels staan:
  • Regels over gedrag.
  • Regels over straffen.
  • Regels over persoonlijke verzorging.
  • Regels over gevaarlijke voorwerpen.
  • Regels over de activiteiten.
  • Regels over medicijngebruik.
  • Regels waardoor je vrijheid minder wordt,
  • regels over de post,
  • over gebruik van de telefoon
  • of over bezoek ontvangen.
  • Regels over andere beperkingen van je vrijheid.
  • Zoals regels over naar je kamer gestuurd worden,
  • of naar de rustruimte,
  • of regels over vastbinden.
  • Regels over seksualiteit.
Het kan zijn dat regels over deze onderwerpen voor jou nodig zijn.
Dat kan dan in je ondersteuningsplan worden opgeschreven.

Een voorbeeld:
In onze huisregels stond dat je geen huisdieren mag hebben.
Wij waren het daar niet mee eens.
Daarom hebben we overlegd met de begeleiders.
Zij zeiden dat mensen allergisch kunnen zijn voor dieren.
Dat betekent dat ze er ziek van kunnen worden.
Maar dat is niet zo bij vissen.
En ook niet als een cliënt op zijn kamer bijvoorbeeld een hamster heeft.
Er komt nu een nieuwe huisregel.
Daarin staat dat sommige huisdieren wel mogen.
Je moet wel zelf voor je dier kunnen zorgen.
We zijn blij met die verandering.
Want wij houden heel erg van dieren.

Wat zijn protocollen en reglementen?

10.11 kleur

Een protocol is een lijst met regels over een bepaald onderwerp.
Het is een lijst met afspraken. Een soort gebruiksaanwijzing.
Een protocol heet soms reglement of regeling.

Voorbeelden van protocollen en reglementen:
 
De klachtenregeling
Daarin staat hoe de regels zijn als een cliënt wil klagen.
In de regeling staan dus jouw rechten bij een klacht.

Het protocol brandveiligheid
Daarin staan de regels wat er moet gebeuren bij brand.
In het protocol staat dus jouw recht op veiligheid bij brand.

Het protocol toepassing vrijheidsbeperkingen.
Daarin staat hoe vrijheidsbeperkingen in het algemeen moeten worden toegepast.
Wie dat mogen doen.
Hoe de vrijheidsbeperking wordt toegepast.
Aan wie het moet worden verteld.
Waar het wordt opgeschreven.
In het protocol staan dus je rechten bij vrijheidsbeperkingen.

De gedragscode
Daarin staat hoe begeleiders met cliënten om moeten gaan.
Dat ze cliënten niet mogen uitschelden.
Dat ze cliënten geen pijn mogen doen.
Dat ze zich netjes moeten gedragen.
In de gedragscode staat dus jouw recht op een goede bejegening.

De cliëntenraad heeft adviesrecht over alle protocollen en reglementen waar de cliënten mee te maken kunnen krijgen.

Kun je samen ook andere afspraken maken?

10.12 kleur

Naast de huisregels kun je ook samen afspraken maken.
Die afspraken kun je maken in het huisoverleg.

Die afspraken kunnen gaan over:
  • hoe je met elkaar omgaat,
  • wie het eten maakt,
  • wie de afwas doet,
  • wie de was doet,
  • het gebruik van ieders mobiele telefoon,
  • het gebruik van de televisie in de gezamenlijke woonkamer.

Je kunt over deze punten alleen afspraken maken als cliënten het er mee eens zijn.
Je kunt samen afspreken hoe je gaat besluiten.
Bijvoorbeeld met meeste stemmen gelden.
Je kunt ook besluiten dat iedereen het met de regel eens moet zijn.

Je kunt anderen niet zomaar verplichten zich aan deze afspraken te houden.
Jij kan ook niet zomaar verplicht worden je aan deze afspraken te houden.

Waar vind je meer informatie over de rechten van cliënten?

10.13 kleur

Het is goed om te weten wat de rechten van cliënten zijn.
Je kunt dan goed voor je rechten opkomen.

Informatie over de rechten van clIënten kun je vinden:
  • in dit rechtenboek;
  • bij de cliëntenvertrouwenspersoon van de zorginstelling;
  • bij allerlei organisaties zoals:
    • de LFB
    • de Onderling Sterk vereniging bij jou in de buurt
    • Raad op Maat
    • MEE

Er zijn ook organisaties die er voor alle burgers zijn.
Bijvoorbeeld een rechtswinkel.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 10

Activiteitencentrum
De plek waar je overdag naar toe gaat voor je werk of activiteiten. Activiteitencentrum heet ook dagbesteding, werkplek of AC.

Zorginstelling
De organisatie die zorg- en dienstverlening organiseert.
Ook wel instelling of zorgaanbieder genoemd.
Bijvoorbeeld een woonvorm of een activiteitencentrum.

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Privacy
Iets voor jezelf, privé.
Bijvoorbeeld informatie die alleen voor jou is.
Dat noemen we ook wel informationele privacy of geheimhouding.
Of je eigen ruimte. Een eigen plek waar je alleen kunt zijn.
Dat noemen we ook wel ruimtelijke privacy.

Gedragsdeskundige
De gedragsdeskundige is de orthopedagoog of de psycholoog
Hij weet veel over gedrag en over het veranderen van gedrag.
De gedragsdeskundige werkt bij de zorginstelling.
Wettelijk vertegenwoordiger
De wettelijk vertegenwoordiger is door de rechter benoemd.
Hij is degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en dienstverlening aan de cliënt.
Hij neemt zo nodig beslissingen namens de cliënt.
De curator, de mentor en de bewindvoerder zijn wettelijk vertegenwoordigers.

Manager
De baas of leidinggevende van een deel van de organisatie.

Vrijheidsbeperking
Vrijheidsbeperking betekent dat je bepaalde dingen niet mag.
Het kan zijn niet naar buiten mogen, niet bellen, geen vrienden ontvangen.
Dat wordt ook wel onvrijwillige zorg genoemd.

Goede bejegening
Goede bejegening betekent dat anderen netjes met je omgaan.
Dat anderen respect voor je hebben.

De LFB
Landelijke belangenvereniging door en voor mensen met een verstandelijke beperking

Onderling Sterk vereniging
Belangenvereniging door en voor mensen met een verstandelijke beperking.
Raad op Maat
De organisatie die cliënten helpt hun stem te laten horen.

MEE
Organisatie die mensen met een beperking ondersteuning biedt.
Het gaat om ondersteuning korte vragen of problemen over:
Leren en werken, opvoeding en ontwikkeling, samenleven en wonen, regelgeving en geldzaken.