Hoofdstuk 9

Tekst vergroten:

Welke rechten hebben cliënten nog meer?

h9 foto

Cliënten hebben ook de volgende rechten:
  • Het recht op eten en drinken.
  • Het recht op een dak boven je hoofd.
  • Het recht op veiligheid.
  • Het recht op vrije meningsuiting.
  • Het recht op een vertegenwoordiger.
  • Het recht op een cliëntenraad.

Deze rechten zijn niet alleen voor cliënten maar gelden voor iedereen.

Wat is het recht op eten en drinken?

09.02 kleur

Iedereen heeft recht op eten en drinken.
Dat recht geldt ook voor jou.

In een woonvorm zorg je met elkaar voor het eten.
Of de begeleiders regelen dat.
Daar heb je recht op.
Als je zelfstandig woont, heb je recht op voldoende geld om eten te kunnen kopen.
Niemand in Nederland hoeft honger te hebben.
Je hebt recht op eten en drinken.
Dat recht mag niemand je afnemen.
Ook niet voor straf.

Het recht op eten betekent niet dat je altijd kunt kiezen.
Zeker als je met meer mensen bij elkaar woont, kan dat niet altijd.
Je moet dan afspreken hoe je dat regelt.
Bijvoorbeeld om de beurt kiezen wat er gegeten wordt.
Je kunt ook een menu - commissie hebben.
De cliënten in die commissie kiezen dan het eten.

Een voorbeeld:
De afspraak is bij ons dat we om 6 uur eten.
Dat lukt mij niet altijd.
Als ik later thuis kom, overleg ik met de begeleider.
Soms kan hij mijn eten apart houden.
Soms lukt dat niet.
Dan krijg ik in ieder geval een boterham en een kop soep.

Wat is het recht op een dak boven je hoofd?

09.03 kleur

Iedereen heeft recht op een dak boven hun hoofd.
Dat recht geldt ook voor jou.

Iedereen heeft recht op een huis om in te wonen.
Dit huis kan een klein of een groot huis zijn.
Het kan een flat of een woonboot zijn.
Je kunt er alleen wonen of met meerdere mensen.

Het is al goed geregeld, want bijna iedereen heeft woonruimte.
Al is het misschien niet altijd de woonruimte die je graag zou willen.
Het recht van een dak boven je hoofd betekent niet dat je altijd zelf mag kiezen welke woonruimte je krijgt.

Een voorbeeld:
Ik zou graag een grotere kamer willen.
Want ik zit vaak op mijn eigen kamer.
Ik heb dat besproken met de begeleider.
Er is nu geen grotere kamer beschikbaar.
Maar als Peter straks gaat verhuizen.
Dan mag ik zijn kamer hebben.

Wat is het recht op veiligheid?

09.04 kleur

Iedereen heeft recht op veiligheid.
Dat recht geldt ook voor jou.

Iedereen heeft er recht op om zich veilig te voelen.
Je hebt het recht om je veilig te voelen in je eigen woonruimte.
Je hebt het recht om buiten te kunnen zijn zonder bang te zijn.
Je hoeft niet bang te zijn dat andere mensen je pijn doen.

Iedereen in Nederland zou zich veilig moeten voelen.
Toch kan het voorkomen dat je je onveilig voelt.
Je kunt je bedreigd voelen als anderen over je praten.
Of als iemand te dichtbij komt.
Of als hij boos doet en gaat schreeuwen.
Of als hij je wil slaan of schoppen.
Dat kan een begeleider zijn, maar ook een medebewoner of collega.

Je kunt je ook onveilig voelen omdat je bang bent dat er brand komt.
Of je kunt je onveilig voelen, omdat je bang bent dat een inbreker je huis binnenkomt.

Het is belangrijk dat je dat vertelt aan iemand die je vertrouwt.
Die ander kan dan helpen ervoor te zorgen dat jij je weer veilig gaat voelen.

Een voorbeeld:
Een nieuwe begeleidster neemt altijd haar hond mee.
Zij heeft gevraagd of alle cliënten dat goed vonden.
Ik durfde niet te zeggen dat ik bang ben voor honden.
Als die begeleidster dienst heeft, zit ik altijd de hele avond op mijn kamer.
En tijdens het eten voel ik me niet veilig.
Ik heb besloten om het morgen met mijn broer te bespreken.
Want ik wil me veilig voelen in mijn eigen huis.

Wat is het recht op vrije meningsuiting?

09.05 kleur

Vrije meningsuiting betekent dat iedereen recht heeft op een eigen mening.
Iedereen mag die mening ook hardop zeggen.

Iedereen heeft recht op vrije meningsuiting.
Dat recht geldt ook voor jou.

Mag je zomaar je eigen mening zeggen?
Niet overal in de wereld mag je zomaar je eigen mening zeggen.
In Nederland mag dat gelukkig wel.
Je hebt recht op je eigen geloof.
Je mag je eigen politieke partij kiezen.

Een voorbeeld:
Ik wil graag zeggen dat ik vind dat mijn begeleider me niet goed helpt.
Ik vind dat moeilijk.
Mag ik dat wel zeggen?

Je mag altijd je eigen mening zeggen.
Het recht op vrije meningsuiting geldt voor iedereen.
Anderen kunnen dus een andere mening hebben.
Alleen mag je met je eigen mening anderen niet kwetsen.
En je mag mensen niet discrimineren.

Wat is het recht op een vertegenwoordiger?

Joke-familielid

Niet iedereen kan niet goed voor zichzelf opkomen.
Dan heb je er recht op dat een ander voor jou opkomt.

Een vertegenwoordiger komt op voor jouw belangen.
De begeleider moet goed naar je vertegenwoordiger luisteren.

Je vertegenwoordiger heeft dan ook recht op informatie.
Hij mag jouw dossier lezen.
Met die informatie kan hij voor jouw belangen opkomen.

Je vertegenwoordiger kan een familielid zijn of iemand anders.
De rechter kan een vertegenwoordiger voor jou benoemen.

Een voorbeeld:
De dokter zegt dat ik geopereerd moet worden.
Ik begrijp dat niet goed.
Ik vind het ook heel eng en ik wil er niets van weten.
Mijn moeder is mijn vertegenwoordiger.
Mijn begeleider overlegt daarom met mijn moeder.
Ik kan zelf hierover geen goed besluit nemen.
Dat is voor mij te moeilijk.
Daarom kan mijn vertegenwoordiger namens mij een besluit nemen.
Samen praten ze met de dokter.
Ze bespreken de voordelen en de nadelen van de operatie.
Mijn vertegenwoordiger denkt echt dat dit het beste voor me is.
Zelf begrijp ik dat niet.
Mijn vertegenwoordiger legt me uit wat zij heeft besloten.
Zij vertelt me wat er nu gaat gebeuren.

Wat is het recht op een cliëntenraad?

09.07 kleur

In iedere zorginstelling moet er een cliëntenraad zijn.
Dat staat in de wet.
De cliëntenraad komt op voor de belangen van alle cliënten.
De cliëntenraad kan bestaan uit cliënten.
Het kan zijn dat de cliënten dat niet kunnen.
Dan kan de raad bestaan uit vertegenwoordigers.
Dat zijn ouders, broers en zussen.

De cliëntenraad heeft het recht om advies te geven over allerlei onderwerpen die voor de cliënten belangrijk zijn.

De manager moet goed naar die adviezen luisteren.
Hij mag de adviezen niet zomaar opzij leggen.

Een voorbeeld:
We doen op de groep altijd zelf de boodschappen.
Maar dat is best duur.
De manager wil dat veranderen.
Hij wil de boodschappen voortaan via de groothandel bestellen.
Dat is veel goedkoper en veel makkelijker.
Maar de cliënten vinden het leuk om boodschappen te doen.
De manager wist dat niet.
De cliëntenraad heeft advies gegeven.
Het is belangrijk dat cliënten zelf boodschappen doen.
Maar het is ook belangrijk dat het niet te duur is.
Een deel van de boodschappen wordt voortaan besteld.
De cliënten blijven zelf de verse groente en het vlees kopen.

Meer informatie over het werk van de cliëntenraad staat in
Het Opzoekboek Vergaderen.

Moeilijke woorden in hoofdstuk 9

Vrije meningsuiting
Mogen zeggen wat jij van iets vindt. Je eigen mening mogen zeggen.

Vertegenwoordiger
Degene die namens de cliënt meedenkt over de zorg en de dienstverlening die de cliënt krijgt.
De vertegenwoordiger kan zo nodig voor de cliënt beslissen.

Discrimineren
Onderscheid maken. Iemand achterstellen op grond van zijn
anders-zijn. Iemand uitsluiten op grond van zijn anders zijn.

Dossier
Alle gegevens van de cliënt rond de zorg- en dienstverlening.

Manager
De baas of leidinggevende van een deel van de organisatie.